Blog

Thuis

Na een weekend bij ons thuis heb ik Floris weer op ‘Het Rond’ gebracht. Op de terugweg zit ik wat te mijmeren over te tijd die achter ons ligt. Ik besef ineens hoe ontspannen ik mij voel op dit moment, zo vlak na het wegbrengen van Floris. Hoe anders is dat geweest. Wat heb ik veel gevoeld al die jaren op de terugrit naar huis. Er waren gevoelens van verdriet, heimwee, eenzaamheid, liefde, teleurstelling, woede, onmacht, pijn, gemis, medelijden en schuldgevoel. Talloze keren heb ik een traantje of meer weggepinkt achter het stuur. Het voelde vaak alsof ik Floris wegbracht, hem in de steek liet. Dat ik hem overliet aan de zorg die door ‘buitenstaanders’ werd geleverd. Ik zet de muziek wat harder en voel warmte en dankbaarheid binnenstromen. Buitenstaanders zijn het allang niet meer. Deze mensen, die met hart en ziel werken en hun uiterste best doen om het Floris naar de zin te maken, zijn onmisbare schakels geworden in ons leven. Lange tijd was ‘thuis’ voor Floris de plek bij ons in Sneek. Bij zijn ouders en zijn broer. Op ‘Het Rond’, daar logeerde hij. Hij moest even flink zijn en wist dat wij hem daarna altijd weer op kwamen halen. Daar keek hij naar uit. Het was zijn houvast en zijn vertrouwen was groot.

Floris is nu een grote sterke jongeman van 25 jaar. Hij heeft zijn eigen mening en laat dat weten ook. Steeds vaker geeft hij ‘het leven op Het Rond’ een hoog cijfer. Dit weekend hebben wij samen met Floris afgesproken dat hij vanaf nu om het weekend naar huis gaat. ” Waarom?, vroeg hij. “Omdat je het in het weekend op ‘Het Rond’ ook zo fijn hebt en dat wil jij niet meer altijd missen”, legde ik uit. “En omdat papa en mama ook wel eens weg willen”. Floris dacht diep na. Alles wat ik had gezegd moest eerst worden verwerkt. De woorden en zinnen moesten worden gerangschikt in een voor hem logische volgorde. Toen sprong hij ineens van plezier op en neer, lachte blij en begon te stralen. “Daar ben ik het wel mee eens!”, riep hij. “Dat vind ik een goed idee!”

Ik rijd onder de blauwe hemel door. Mijn blik glijdt langs de schitteringen op het water. Een nieuw besef dringt zich aan mij op. Floris is thuis. Thuis op ‘Het Rond’. Een diep gevoel van dankbaarheid vervult mijn hart. Met een brede glimlach vervolg ik mijn weg naar huis.

Covid19

Het is half 8. Tijd om te skypen met Floris. Dit is alweer het zesde weekend dat we Floris niet ophalen vanwege het coronavirus. Floris blijft maar vragen wanneer hij naar huis mag. Aan de groepsleiding op ‘Het Rond’ en tijdens het bellen of skypen aan Jan en mij. Straks komt de vraag weer.. Zal hij dit keer weer genoegen nemen met het zinnetje over de minister en de koning? Ik zet mij schrap en tover mijn liefste en vrolijkste stem naar voren. “Hoi Floris, hoe gaat het met jou?” “Goed”, zegt hij en dan: “wanneer mag ik weer naar huis?” Het klinkt wat feller dan de keren hiervoor. Stoer herhaal ik voor de zoveelste keer het zinnetje over de minister en de koning die hebben gezegd dat het nog niet kan. Dit keer neemt Floris hier geen genoegen mee. Het is confronterend om de teleurstelling in zijn ogen zo haarscherp in beeld te zien. De worsteling die hij doormaakt. De vertrokken spieren in zijn gezicht. De afstand tussen ons is tegelijkertijd genadeloos voelbaar. Boos zegt hij: “Nou, ik wil nú naar huis!” Ik probeer hem af te leiden door de tuin aan hem te laten zien. Ik merk dat Floris minder enthousiast reageert dan vorige week. Tevergeefs probeer ik nog een gesprekje aan te knopen maar hij blijft aangeven dat hij naar huis wil. Krachtig en indringend. Dan lijkt hij plotseling in te zien dat het er niet in zit en zegt boos dat hij niet meer met mij wil praten. Dat is het. Floris loopt uit beeld. Einde gesprek.

En geef hem eens ongelijk. Het duurt ook veel te lang. Ook ik voel mij boos en verdrietig. Boos om de hele corona-toestand en omdat mijn kind denkt dat ik hem in de steek laat. En verdrietig omdat ik hem zo mis.

Even later krijg ik een filmpje toegestuurd van de groepsleiding. Daarin is Floris te zien met een grote lach op zijn gezicht. Hij geniet van een spelletje samen met een begeleider. Floris is weer helemaal op ‘Het Rond’. De knop van ‘thuis’ is weer uit. langzaam maar zeker verdringt een diep gevoel van dankbaarheid mijn boosheid en verdriet. Wat een zegen dat Floris juist omdat hij autisme heeft zo gemakkelijk knoppen aan- en uit kan zetten. Dat geeft hem ook in deze moeilijke tijd het vermogen om flexibel te zijn. Om vol te kunnen houden.

En ik blijf maar op ‘play’ drukken om het filmpje steeds opnieuw te bekijken. Ik kan er geen genoeg van krijgen. Ik hoop vurig dat er nog heel veel filmpjes komen. Om het vol te houden. Omdat het moet. Floris helpt mij er wel doorheen.

Opa

Voor Floris was opa de man die alles wist. Een beetje een wetenschapper, net als Floris zelf. Spannend was opa ook. Ik vertelde altijd graag het verhaal dat wij als kinderen voor straf met ‘blote voeten naar bed’ moesten van opa. Dat was grappig maar ook een beetje streng vond Floris. Opa was ook een schilder, een kunstenaar. Floris is daar heel trots op want er hingen soms schilderijen van opa waar mensen naar konden kijken. Ook stond opa wel eens in de krant. Dan stond Floris te springen in de kamer en riep: ” Ik heb een beroemde opa hè!” Floris vindt dat hij op opa lijkt omdat ook hij graag schildert op grote vellen papier.

En nu is opa er niet meer. En ik moet dat aan Floris vertellen. Hoe doe je dat? Hoe vertel ik aan Floris dat hij niet meer in opa’s bibliotheekje kan zitten? Dat hij geen ingewikkelde vragen meer aan opa kan stellen? Dat opa niet meer bij ons komt eten en nooit meer op zijn verjaardag komt? Hoe vertel ik dat hij opa nooit meer zal zien?

Het is vrijdag en Jan heeft Floris net opgehaald van ‘Het Rond’. Hij komt vrolijk binnenwandelen. Ik besluit om in een paar korte zinnen uit te leggen wat er is gebeurd en heb geen idee hoe Floris zal reageren. Ik bereid mij op het ergste voor. Nadat ik kaarsjes heb aangestoken en de condoleance kaarten mooi heb gerangschikt op de kast, vraag ik Floris om even bij mij op de bank te komen zitten. Een beetje verbaasd kijkt hij mij aan. Meestal gaat hij bij thuiskomst eerst even en rondje door onze tuin, dat is hij zo gewend. Maar vandaag gaat het anders. Hij gaat zitten en wacht geduldig totdat ik wat ga zeggen. “Ik moet je wat vertellen”, begin ik ongemakkelijk. “Wat?” vraagt Floris. Dan vertel ik in een paar korte zinnen wat er is gebeurd en dat opa dood is. Ik registreer nauwkeurig elke beweging, elke spier in zijn gezicht. “Dat ik wel wat zuur voor mij”, zegt Floris. En meteen daarna: “Opa is al vier jaar niet zo gezond meer. Dat heb ik gezien. Hij is al vier jaar aan het sterven, ik was goed voorbereid”.

Het is even stil. daar zit ik dan, met de mond vol tanden. Ik was op alles voorbereid, behalve op deze woorden. Floris loopt naar de tuin en kijkt aandachtig naar wat groeit en bloeit. Hoe mooi en simpel kan het zijn. Floris observeert en neemt veel meer waar dan wij weten. Hij trekt zijn eigen plan en verwerkt dingen op zijn eigen manier. En terwijl wij druk bezig waren met ons eigen leven en niet in de gaten hadden dat mijn vader al heel langzaam, heel subtiel van ons weggleed, had Floris dat allang opgemerkt en een plek gegeven in zijn leven. Terwijl ik nog moet beginnen met rouwen, heeft Floris dat al vier jaar lang gedaan. Zonder woorden maar met zoveel meer gevoel. Ik voel me klein en steek nog maar een kaarsje aan. Laat ik nu zelf maar eens de tijd nemen om te rouwen.

En terwijl ik aan mijn vader denk en hem in gedachten zie zitten achter zijn schildersezel kijk ik in dankbaarheid terug op mijn leven met hem. Voordat ik het zelf in de gaten heb, rollen de eerste tranen al over mijn wangen.

 

 

Eerlijk

“Mama, waar ik woon zijn de mensen te ernstig gehandicapt!”, zegt Floris zomaar uit het niets. “Daar is teveel verdriet”. Ik zie aan zijn gezicht dat het hem zelf ook verdriet doet. Zijn ogen staan donker, zijn mond strak en gespannen. Tegelijkertijd kijkt hij mij afwachtend en indringend aan. Hij overvalt mij. Ik heb even tijd nodig om de vraag achter zijn opmerking tot mij door te laten dringen. Dan zeg ik; “Ik zie dat jij er ook verdrietig van wordt. Bedoel je dat je liever wilt wonen bij mensen die niet zo ernstig gehandicapt zijn? “Ja”, zegt Floris zacht. “Dat zou wel eerlijk zijn voor mij”. Het blijft even stil. Ik weet niet welke emotie ik voorrang moet geven: de blijdschap over het feit dat Floris blijft groeien en zijn gevoelens steeds beter onder worden kan brengen, of het verdriet over de pijn die voelbaar was in diezelfde woorden. “Wat knap Floris, dat jij dit zo goed kunt vertellen!” zeg ik. Floris glimlacht even.

Zijn verblijf bij Talant zal ook voor ons een dilemma blijven. Wij zullen altijd open blijven staan voor nieuwe ontwikkelingen. Wellicht vinden we in de toekomst een plek die beter aansluit bij Floris zijn behoefte. Als ouders blijf je verantwoordelijk en kun je niet je ogen sluiten. Tegelijkertijd weten we dat het vinden van zo’n plek voor Floris een bijna onmogelijke opgave is. Het enige wat ik op dit moment kan doen is Floris troosten en hem de ruimte geven om over zijn gevoelens te praten. Hem duidelijk maken dat ik begrijp wat hij bedoelt en dat wij als ouders onvoorwaardelijk achter hem staan. “Floris”, zeg ik, “Als er een plek was die beter is voor jou dan zouden wij dat tegen je zeggen. Maar nu is zo’n plek er niet”. Floris lijkt niet uit het veld geslagen. Integendeel: deze duidelijkheid lijkt Floris rust te geven. Bovendien heeft hij zijn gevoelens kunnen delen. Dat lucht hem zichtbaar op. “Hoe gelukkig voel jij je op dit moment?”, vraag ik. Floris zegt: “Ik geef het een zeven op de schaal van tien”. Hoe komt het dat je nog best gelukkig bent?”, vraag ik.  “Omdat ik een bij een bos woon en een mooie tuin heb”, zegt Floris. “En soms geef ik het een acht of en negen als ik een uitje heb of leuke dingen doe”.

Floris zijn gezicht staat weer vrolijk. Sombere gedachten hebben plaats gemaakt voor een positieve kijk. Het leven zelf gaat niet over eerlijkheid of rechtvaardigheid. Wij mensen zijn de enige wezens hier op aarde die het vermogen hebben om rechtvaardigheid in het leven te roepen. Om de keuze te maken tussen eerlijk en oneerlijk, recht en onrecht, liefde of haat. Godzijdank kunnen wij elkaar liefhebben, troosten en omarmen.

Dat is hard nodig wanneer het leven weer eens oneerlijk is…

Eenzaam…

Het ging zo goed met Floris… Dankzij een nieuw medicijn staat hij weer open voor ontwikkeling. Zo beleeft hij opeens plezier in rekenwerkjes voor 6+. Precies waar zijn ontwikkeling is blijven steken pakt hij voorzichtig de draad weer op. Regelmatig zitten we samen aan tafel en maakt Floris wel 5 werkjes achter elkaar zonder weerstand. Sterker nog, hij is trots op zijn prestaties. En het is genieten, zo samen bezig zijn aan tafel. Want we willen niet alleen. Floris niet en ik niet. Het is niet vanzelfsprekend en zó moeilijk om elkaar te vinden en even vast te kunnen houden. We vinden telkens weer een nieuwe brug.

Zoals toen we op vakantie waren en Floris ons uitnodigde om ‘Mens-erger-je-niet’ met hem te spelen. Toen hij schaterde van plezier omdat hij onze pionnen van het bord had gegooid. Hij genoot van het samenspel. Hij leek plotseling wakker te zijn geworden uit een boze droom om te ontdekken dat hij niet alleen was…

En nu, meedogenloos is er dit moment. Het moment waarop ik van binnen ergens iets voel scheuren. Het verdriet dat altijd wel latent aanwezig is, schiet als een vulkaan omhoog zoals ik het mij herinner van vroeger, toen Floris klein was. De kracht ervan onmiskenbaar. Het verdriet van een moeder om de pijn van haar kind. “Ik voel mij eenzaam”, zegt Floris zacht. Mijn maag verkrampt en onmiddellijk spannen mijn spieren aan. Klaar om te vechten. “Wat naar dat jij je eenzaam voelt Floris”, zeg ik zo beheerst mogelijk. “Waar voel jij je eenzaam?”. “Op ‘het Rond 47’ (zijn woonplek bij Talant in Beetsterzwaag). voel ik mij eenzaam” zegt Floris. “Hoe eenzaam als je een cijfer mag geven van een tot tien?” vraag ik. “Tien”, zegt hij. “Wat mis je?” vraag ik. “Ik mis alles” zegt Floris. Even volgt een stilte en dan: “Er is niemand voor mij op het Rond”. De alarmbellen gaan tekeer in mijn hoofd..

“Floris”, zeg ik, “wat goed dat je dit aan mij vertelt! Ik ga jou helpen. Ik ga praten met de begeleiders en de ‘baas’ van het ‘Rond 47’. We gaan ervoor zorgen dat jij je niet meer eenzaam voelt. Het komt goed”. Ik zeg het rustig, krachtig en vastberaden zoals dat moet bij Floris. Daar ben ik in getraind. Elk spoortje van angst of verdriet merkt hij op om er vervolgens verder van uit balans te raken. Zodra ik zie dat Floris zijn gezicht opklaart en ontspant, loop ik naar boven. Daar neem ik de tijd om het ventiel van de ‘verdriet-ketel’ even los te draaien om zo de druk wat te verminderen. Ik laat een paar tranen toe, doe wat ademhalingsoefeningen en ga even later weer naar beneden. Ik ben er klaar voor, pak pen en papier en bedenk een plan. Vanavond bespreek ik het met Jan en morgen, als ik iets meer afstand kan nemen van mijn heftige emoties,  zal ik bellen en een gesprek aanvragen met de teamleider. Gelukkig voelen wij ons als ouders gezien en gehoord door de begeleiders en de teamleider. Zó belangrijk, zó waardevol. Het geeft mij een rotsvast vertrouwen in de wetenschap dat we er samen wel uitkomen. Want niemand wil dat Floris eenzaam is.

En Floris? Die zit prinsheerlijk op de bank een boek te lezen. Met zijn gedachten ongetwijfeld vol van sterren en planeten. Of misschien zelfs wel van een “nieuwe zeldzame planeet die op de aarde lijkt”…

 

Zomerdag

We zijn op het strand en genieten van de zon en de zee. Floris bouwt ononderbroken dijken en graaft geulen. Zelfverzekerd meldt hij onder het graven dat hij wel zin heeft in een pannenkoek. Jan en ik kijken verrast op als hij er trots aan toevoegt dat hij de pannenkoek dit keer zelf wil betalen, “Van het geld wat ik verdien met werken in de kas”. Voor Floris is dagbesteding zijn werk. En met werken verdien je geld, punt uit. Het geeft hem het gevoel erbij te horen. Volwassen te zijn. Het betekent ook de vrijheid hebben om zelf keuzes te kunnen maken. We besluiten naar het terras te gaan en helpen Floris met het kiezen en bestellen van een pannenkoek. Als de pannenkoek even later wordt geserveerd kijkt Floris er verlekkerd naar. Maar er is een probleem: De pannenkoek is erg heet en Floris houdt niet van heet. Floris wacht en wacht. Heel geduldig. Maar wat duurt dat lang! Ik check even en wat blijkt: het bord is ook gloeiend heet!

Ik zie dat de spanning bij Floris oploopt. Snel vraag ik een ober om een koud bord. Zij reageert heel begripvol en brengt een nieuw bord. Het vraagt wat behendigheid van Jan, de ober en mij maar uiteindelijk lukt het ons om de pannenkoek heelhuids op het koude bord te krijgen. Floris is gerustgesteld en even later zit hij heerlijk te smullen. Een aantal terrasbezoekers had vol verbazing gekeken naar het wisselen van de borden. Gelukkig deed de behulpzame ober alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Ze vertrok geen spier. Na een poosje komt ze weer even langs en vraagt aan Floris: “is het lekker kerel?” Geweldig! Kort kruisen onze blikken elkaar. Ik hoop grondig dat zij aan mijn gezicht kan zien hoeveel dit kleine gebaar voor mij heeft betekent. Het is al laat geworden en eenmaal terug op het ‘Rond’ in Beetsterzwaag besluit ik Floris zelf naar bed te brengen. Floris kan zijn geluk niet op. Ik stop hem lekker in en we kletsen nog even gezellig na over deze fijne dag. Lachend kijkt hij mij aan. Als ik ook nog een slaapliedje voor hem zing straalt hij helemaal van oor tot oor. Hij blijft maar lachen, zó fijn vindt hij het dat ik naast hem zit. Ik geef hem een dikke kus en zeg tegen zijn blije koppie: “welterusten, tot vrijdag!”.
Op de terugweg zit ik ontspannen in de auto. De muziek lekker hard, de zon gaat onder. Mijn hart maakt zomaar een sprongetje van geluk. Floris is al naar dromenland. Ik weet zeker dat hij lacht in zijn slaap…

Wetenschapper

Met z’n drieën zijn we bij de sterrenwacht in Burgum. Jan, Floris en ik. Het is een uitzonderlijk heldere avond en dé kans om de maan en sterren goed te kunnen zien. Floris is dol op sterren en droomt vaak over verre en bijzondere planeten.

Een sterrenwachter ontfermt zich over Floris en zorgt ervoor dat we steeds door kunnen lopen. De zachtheid en het geduld van de man  zorgen voor een ontspannen sfeer. We worden naar een koepel geleid waar een film wordt gedraaid over het heelal. Even later voelt het  alsof we zelf door de ruimte vliegen. Sprookjesachtige vormen en kleuren komen voorbij. Floris zit ademloos te kijken. Hij gaat volledig op in deze wonderlijke wereld van vuur, gassen, explosies, stenen en vulkanen. “Gewelddadig en adembenemend tegelijk”, zegt een stem in de film. En zo is het precies. Na afloop van de film mogen we mee het dak op. Daar staat een grote telescoop waarmee je de maan goed kunt zien. Floris kijkt zijn ogen uit. Hij ziet de kraters op de maan en de 8 kilometer hoge bergen. Nadat de man ons van alles heeft vertelt over het ontstaan van de aarde fluistert Floris in mijn oren: “Is die man een wetenschapper?”. “Ja”, zeg ik, “net als jij!”. Floris glundert van trots en springt op en neer.

Na anderhalf uur stapt Floris innig tevreden in de auto. Even was hij een wetenschapper, een sterrenkundige. Jan en ik kijken elkaar aan. We voelen allebei hetzelfde: dit was een top avond! We hadden iets met Floris gedeeld. Samen hebben we ons mee laten nemen in een onwaarschijnlijk mooie, krachtige en tegelijkertijd kwetsbare wereld.

Als ik Floris nog even instop voordat hij gaat slapen kijkt hij tevreden naar de glowing in the dark sterren en planeten aan zijn plafond. “Mag ik morgen naar de winkel om bijzondere sterren ‘glowings’ te kopen?”, vraagt hij. “Dat is een prima plan Floris”, zeg ik, “morgen gaan we naar de stad om te kijken of er ‘glowings’ zijn”.

Met een tevreden glimlach op zijn gezicht valt onze wetenschapper in slaap.

 

 

Spelletje

Het  is kerstochtend. We zitten gezellig aan het ontbijt. Ondertussen spelen we het vragenspel dat in Floris zijn kerstpakket zat. Het zijn vragen over wie je bent en wat je belangrijk vindt. Floris is aan de beurt en ik lees zijn kaartje voor. Er staat op: ‘Wie wil je bedanken en waarvoor?’. Floris hoeft niet na te denken en antwoordt meteen: “Ik wil jou bedanken omdat je mijn behang eraf hebt gehaald”. Ik sta perplex. Steeds weer weet Floris mij te verrassen. Een paar dagen hiervoor had ik twee behangstroken met print van zijn muur getrokken omdat hij ze “heel vervelend” vond. Hij had mij toevertrouwd dat hij  er zelfs een beetje bang van werd. Waarschijnlijk had hij er weken over gedaan om te bedenken hoe hij dit aan mij kon vragen en er lang over gepiekerd. Hij was dan ook zó opgelucht en blij dat hij zowat een halve meter de lucht in sprong en riep: “Jij bent mijn held!”. Een geweldig moment. Zó ontroerend! Het kwam vanuit zijn tenen. Nog nooit had hij dankbaarheid zó goed kunnen uiten. Samen genoten we van dit moment van verbinding.

En nu, tijdens dit gezellige kerstontbijt is Floris ook nog eens in staat om die gebeurtenis terug te halen en in de juiste context te plaatsen helemaal passend bij de vraag op zijn kaartje. Hij bedankt mij spontaan voor iets wat ik voor hem deed. Wat een prachtig kerstcadeau!

Floris groeit en bloeit helemaal op zijn eigen manier. Op zijn eigen tijd en op eigen kracht.

En het spelletje? Dat gaan we vast en zeker vaker spelen…

Twijfels

We hebben getwijfeld: ‘Nemen we Floris mee of niet?’ We hadden een uitnodiging gekregen voor een ‘housewarming party’ van een nichtje. Terwijl we er over spraken liep Floris de kamer binnen. Hij had ons horen praten en zat vol vragen.” Heeft ze een eigen huis?, woont ze daar alleen?, waar woont ze?” En toen: “Ik wil daar graag kijken!” Hij zei het op besliste toon.
Natuurlijk wilde hij mee. Hoe konden wij twijfelen. Floris wil zó graag bij zijn familie horen. Het gevoel ergens bij te horen, mee te tellen is zo belangrijk voor hem.
En natuurlijk zou het druk worden. Het huis zou vol zijn met pratende, lachende en bewegende mensen. Dat is best lastig voor Floris en kost hem veel energie. En toch…Hoe konden we op het idee komen om hem thuis te laten… Floris zelf had immers geen enkele twijfel.

Gisteren, zijn we gegaan. Met z’ n drieën in de auto. Floris in zijn mooiste kleren, blij en opgewonden. Een grote grijns op zijn gezicht. Eenmaal aangekomen gaf hij zijn nichtje heel voorzichtig twee kusjes op de wang. Ineens was daar de derde kus, een klinkende kus, zo één die hij nog nooit had weggegeven. Hij schrok even van zijn eigen onstuimigheid., kreeg er een kleur van. Maar ik zag ook een trotse blik. Zo van.. ‘dat heb ik toch maar gedurfd!’ Het was een overwinning op zichzelf, prachtig!
In de huiskamer bekeek hij elke stoel, elke deur en ging meten hoe lang hij zelf was. Floris ging daar zo in op dat hij de andere familieleden en vrienden niet meer zag. Maar wat maakte dat uit. Floris hoorde erbij…
Na een plakje cake en heel veel ‘smarties’ werden al die pratende mensen hem plotseling teveel, Floris wilde naar huis en daar gingen we weer. Alle drie blij, trots en tevreden.

We zijn weer een beetje wijzer geworden. De volgende keer geen twijfels meer….

Stilte

Het is stil in de auto. Floris zit naast mij en kijkt door het raam naar buiten. Stilte voelt nooit vervelend als ik bij Floris ben. In tegendeel. Stille momenten naast Floris voelen voor mij als weldadig en vredig. Als ruimte waarin alles klopt. Niets en alles is belangrijk tegelijkertijd. Het is een simpelweg volledig aanwezig zijn in het moment.

Ik trek deze stilte aan als een gewaad en voel mij volkomen vrij. Vanuit de stilte klinkt opeens de stem van Floris: “Mama, ik voel mij veilig bij jou!¨ Zonder na te denken zeg ik: “Ik voel mij ook veilig bij jou!”. Hij kijkt mij even aan en zijn blik vertelt mij dat hij begrijpt wat ik bedoel.

Floris, die maar moeilijk kan communiceren en beperkt wordt genoemd leert mij keer op keer terug te gaan naar de kern, de basis. Waar alles goed is en vredig. Hij leert mij anders te kijken naar het begrip ‘beperking’. Floris moest eens weten hoe veilig ik mij op dit moment voel bij hem. Hier, in dit moment is helemaal geen beperking aanwezig.

De auto rijdt verder. Straks zijn we er en dan moeten we ons weer staande houden in een beperkte wereld.

Laat de auto alsjeblieft nog even doorrijden….

1 2 3