Het sloeg in als een bom. De diagnose borstkanker. Het voelde alsof een enorm zwart gat ons probeerde mee te sleuren, de diepte in. Alle grond viel weg onder onze voeten. We waren verslagen. Dachten we.
Een paar tellen later merkte ik nog een ander gevoel op: alles in mij vertelde mij dat ik wilde leven. En de kracht die dit bewustzijn mij gaf was onvoorstelbaar groot.
Ik wist vanaf dat moment dat ik mij zou overgeven aan wat zou komen. Ik zou er niet tegen vechten maar alles verdragen. Met alleen mijn wil om te leven als anker, stevig aan de grond. Samen met Jan er dwars doorheen. En samen sprongen we in het diepe.
Nadat we het slechte nieuws aan onze jongste zoon en zijn vriendin hadden verteld, moesten we het aan Floris vertellen. Hoe doe je zoiets? Hoe zou hij het kunnen begrijpen zonder dat hij teveel van slag zou raken? Na lang nadenken besloot ik het aan hem te vertellen aan de hand van een prentenboek. Met lood in de schoenen reden we naar Floris. Van tevoren had ik met de begeleider afgesproken dat zij er bij zou blijven om Floris zonodig op te kunnen vangen voor het geval het mij teveel zou worden. Ik probeerde mijn gezicht zoveel mogelijk in de plooi te houden om Floris niet te overladen met mijn eigen emoties. Van binnen huilde ik zo verschrikkelijk maar ik moest mij inhouden. Ik raapte alle moed bij elkaar en vertelde hem dat ik ziek was. Ik begon hem voor te lezen en liet hem wat plaatjes zien. Opeens zei Floris met een verbaasd gezicht en een frons tussen zijn wenkbrauwen: “Mama is niet ziek”. Ik begreep hem wel. Ik zag er helemaal niet ziek uit. Eigenlijk was er nog niets aan mij te zien. Ik besloot het kort te houden. Ik legde hem aan de hand van de plaatjes uit dat ik een bobbeltje in mijn borst had en dat er gelukkig een sterk medicijn bestaat dat mij beter kon maken. Dat mijn haren wel weg zouden gaan en dat ik een kaal hoofd zou krijgen. Hij keek mij aan en zei met een onzeker lachje: “is dit een grapje?” “Nee, zei ik, het is geen grapje Floris”.
“Maar het komt goed. Mama wordt weer beter. Floris liep weg, had geen vragen meer en reageerde er niet meer op. Hij ging weer bezig met de gewone routines van de dag en liep mee met de begeleider. Hij kon niet meer informatie verwerken. Het was genoeg zo. Tijdens mijn hele ziekte proces kwam hij om het weekend thuis. Hij zag mij met een pruik op, met een petje of een mutsje. Hij is er maar twee keer op terug gekomen op zijn eigen, bijzondere manier. “Zijn er ook sterke medicijnen?”, vroeg hij een paar maanden later. Ik zei: “Ja Floris, heel sterke medicijnen die mij beter kunnen maken. Gelukkig maar! Later, tijdens het tandenpoetsen keek hij mij indringend aan. “Wat zie je aan mama?”, vroeg ik. “Ik zie dat jij anders uit je ogen kijkt”, zei Floris. Ik zei: “ja, dat klopt, dat komt omdat ik geen wimpers en geen wenkbrauwen meer heb door de sterke medicijnen. Maar ze komen wel terug hoor!” En tevreden ging Floris verder met tandenpoetsen. Korte, duidelijke uitleg was voldoende. Ik hoefde niks voor hem in te vullen. Hij stelde zelf wel de vragen op zijn eigen tijd. Dat was genoeg. Floris had een eindeloos vertrouwen in de goede afloop. Het maakte mij sterker dan ooit.
Nu ben ik gelukkig weer aardig herstelt en zelfs weer aan het werk. Ik ben zo blij dat ik er nog ben. Ik heb geluk gehad. Heel veel geluk. Laatst keek Floris mij weer een poosje indringend aan. Ik zei niks. Uit zijn blik kon ik opmaken dat hij diep van binnen een sprongetje maakte van blijdschap. Immers, mama kijkt weer uit haar ogen zoals hij was gewend. Hij wist dat het goed was. Ik zag een lichtje in zijn ogen en ik zag dat hij zijn mondhoeken opkrulde tot een innig tevreden glimlach. Dat is hoe Floris zijn diepste gevoelens met mij deelt. Zonder woorden. En zo raak..